|
Kies de lengte op wat je het meest doet op een dag. Op de fiets wil je dat de zoom niet tegen je bovenbenen duwt als je trapt. In de auto wil je juist dat de achterkant netjes op je onderrug blijft liggen, zonder dat de jas omhoog kruipt of tussen zitting en rugleuning klem komt. Dan zit je jas meteen goed: geen rits die trekt, geen zoom die opkruipt en je hoeft niet steeds opnieuw “goed te gaan zitten”. Wil je alvast vergelijken: tussenjas heren. Begin bij je rit: fiets, auto of allebei?Denk aan twee dingen: hoe vaak je knieën omhoog komen en hoe vaak je zit. Fiets je veel, dan is een korter model vaak prettiger. De stof beweegt makkelijker mee bij heupen en bovenbenen, waardoor je bij opstappen en bij stoplichten minder gedoe hebt. De voorkant blijft rustiger liggen en de rits hoeft minder te “werken” als je benen steeds omhoog komen. Zit je juist veel in de auto, dan voelt een halflange jas vaak comfortabeler en ziet het er netter uit. De achterkant blijft vlakker liggen en de zoom komt minder snel klem te zitten. Op langere stukken merk je dat: minder trekken op je onderrug en minder vouwen die in de weg zitten. Een korter model kan dan weer handig zijn bij in- en uitstappen, omdat er minder stof over je heupen schuift. Nog twee praktische punten. Een langere jas oogt vaak gekleder en geeft een rustige lijn, zolang hij mooi valt. Een kort model voelt meestal soepeler bij trappen lopen en stevig doorstappen. En bij wind of als je voorover leunt (zoals op de fiets) is het juist fijn als je onderrug bedekt blijft, zodat je minder snel tocht voelt als je even stilstaat. Lengte-check in 60 seconden (staand en zittend)Check de jas in twee houdingen: staand én zittend. Dan zie je snel of de lengte voor jou klopt. Staand zie je vooral wat de zoom doet: – Rond je heup oogt het sportiever en geeft het je meestal meer bewegingsruimte. – Halverwege je bovenbeen oogt het netter en blijft het vaak rustiger als je veel zit. Zittend wordt het pas echt duidelijk, omdat je dan merkt waar de jas trekt of juist goed blijft liggen. Let hierop: – Kruipt de jas omhoog als je gaat zitten, dan helpt vaak meer ruimte bij heup of buik, of een iets kortere lengte zodat hij rustiger blijft. – Blijft de achterkant vlak op je onderrug, dan past de lengte bij jouw zithouding. Vouwt hij veel, dan zit een iets korter of soepeler vallend model vaak prettiger. – Loopt de rits recht, dan is er genoeg ruimte aan de voorkant. Trekt hij golvend of scheef, dan helpt een ruimere val bij heup of buik vaak. – Voelt de zoom vrij bij je bovenbenen, dan trap je makkelijker door. Voel je druk, dan geeft een kortere lengte of extra ruimte rond je heupen meestal meer comfort. Pasvorm en laagjes: waar het vaak schuurtLengte werkt alleen als de pasvorm meedoet met wat je eronder draagt. Draag je graag een hoodie of dikkere trui, check dan extra je schouders en bovenarmen. Je wilt je armen soepel naar voren kunnen brengen, zeker op de fiets. Een rechter vallende jas geeft meestal meer ruimte voor laagjes en voelt vaak prettiger als je veel beweegt. Check ook de mouwlengte in “fietshouding”: handen naar voren alsof je het stuur vasthoudt. Blijft je pols bedekt, dan zit het goed en blijf je buiten sneller comfortabel. Materiaal en weer: comfort boven “specs”Kies op wat je voelt tijdens bewegen. Een lichte jas beweegt makkelijker mee en voelt minder zwaar als je veel fietst of loopt. Een gevoerde jas geeft meer warmte, maar hij moet wel soepel blijven zodat het niet snel benauwd voelt als je doorloopt of fietst. Bij wisselvallig weer is het fijn als je jas je door een korte bui helpt. Verwacht je langere regen, dan is een aparte regenjas erover vaak praktischer. Op de fiets vangt de voorkant de wind het eerst (bij je borst en langs de rits); als je jas wind beter tegenhoudt, blijft je rit merkbaar comfortabeler. |











