Apparatuur en de witgoed

      Reacties uitgeschakeld voor Apparatuur en de witgoed

Gereedschappen en witgoed: Door wasmachine reparatie Amsterdam

 

Gereedschap: 

stapelpan (maximal 100 C). Verwarmen met hete lucht (en verbrandingsgassen). Bakken en braden 140 C- 240 C. Apparatuur o.a.: oven, circulatie-oven, convectomaat. Verwarmen door warmtestraling: grillen of roosteren. Warmte-overdracht door straling, die geleverd wordt door een infraroodstraler. Verwarmen door hoogfrequente energie van de stralingsbron wordt hierbij in het voedingsmiddel omgezet in warmte.  Apparatuur: magnetronoven (microgolfoven).

Apparatuur:

In dit artikel zal de apparatuur besproken worden volgens wasmachine monteur Amsterdam , die bij verschillende behandelingstechnieken wordt gebruikt als een refentie. Zoals de titel van het hoofdstuk aangeeft beperken we ons tot de apparatuur, die voor het koken, bakken en braden bedoeld is. In feite is dit apparatuur die op een of andere wijze warmte moet leveren. Bovendien bepereken we ons tot de werkingsprincipes van de apparatuur, en de daarmee samenhangende eigenschappen. Op receptuur gaan we niet in. Dus ook niet op de wijze waarop deze apparaten kunnen of moeten worden gebruikt en de produkten waarvoor deze apparaten het beste geschikt zijn.

De werking

De werking van de apparatuur voor koken, bakken en braden die in de inrichtingskeuken wordt gebruikt, is op dezelfde principes gebaseerd als de werking van apparatuur voor de gezinskeuken. In de energievoorziening worden systemen toegepast, die in de gezinshuishouding niet aangetroffen worden (stoomleiding, elektrodenstoomontwikkelaar e.d.) van voedseldistributiesystemen is in de gezinshuishouding evenmin sprake.  Behandeling van dergelijke onderwerpen, die niet alleen technische maar vooral ook organisatorische kanten bevat, valt buiten het kader van dit boek. Zie daarvoor o.a: A.M.A. Engels-Geurts, ‘Apparatuur en organisatie van de grootkeuken.

Fysische achtergronden:

Enkele fysische achtergronden en daaruit voortvloeiende eisen Uit het overzicht in de inleiding blijkt, dat voor meeste behandelingstechnieken de open vlam te heet is om zonder meer te kunnen gebruiken. Een open vlam zal bovendien een plaatselijke en geen gelijkmatige verhitting geven.

De temperatuur zal dus begrensd moeten worden en de verwarming van de voedingsmiddelen moet gelijkmatig gebeuren.